“Ik ben de golfende
ambassadeur van Bribus”
Hij loopt er niet
mee te koop.
Bennie ten Brinke
(71) is er niet de
man naar om zijn
zoon te overladen
met complimen-
ten of schouder-
klopjes. Dat deed
vader Hendrik
vroeger bij hem
ook nooit. Maar
Bennie verklapt
ons wel degelijk
‘apetrots’ te zijn
op Bernhard, de
derde generatie
Ten Brinke in het
familiebedrijf Bri-
bus Keukens. “Die
jongen doet het
gewoon goed’’, al-
dus Ten Brinke sr.
D
e zon staat deze
maandagmorgen
hoog aan de hemel.
We worden vandaag
verwacht op het landgoed van
Bennie en Janneke ten Brinke
in Zeddam. Via een stijlvolle
brug over de gracht bereiken
we de grote voordeur van het
kasteeltje, waar we worden
verwelkomd door Bennie ten
Brinke. Samen met ons werpt hij
vandaag een blik in de tachtig-
jarige geschiedenis van Bribus.
Wat snel duidelijk wordt, is dat
Bennie officieel niet meer in
het bedrijf werkzaam is, maar
er toch vrijwel dagelijks zijn
gezicht laat zien. “Gewoon om
even bij te praten, advies te
geven en wat al niet meer. Zelfs
in het nieuw-bouwpand is een
kantoortje voor mij beschikbaar.
‘Die mag je gebruiken totdat je
er niet meer bent’, zei Bernhard.
Dat vind ik wel mooi’.”
Echtgenote Janneke is er ook bij-
gekomen. Ze serveert de koffie.
Bennie ontpopt zich ondertussen
als een ware spraakwaterval, die
zijn relaas in onvervalst Achter-
hoeks dialect start in 1929. “In
dat jaar begon mijn vader Hen-
drik met zijn zwager Jan Bussink
in Dinxperlo een timmerfabriek.
Er werden huisjes getimmerd,
gerenoveerd. Noem maar op.
In de Tweede Wereldoorlog is
het bedrijf platgebombardeerd.
Mijn moeder kwam tijdens dat
bombardement om het leven. Na
de oorlog hebben we het bedrijf
weer opgebouwd. Mijn oudste
broer Herman kwam er toen ook
bij. Na de oorlog was er werk
genoeg. Op mijn veertiende
kwam ik in beeld, mijn tweeling-
broer had geen interesse.’’
Keukens
Het jaar 1958 is een belangrijk
jaar in de geschiedenis van
Bribus, herinnert Bennie zich. Het
was het jaar van een recessie.
“Er was weinig werk. We besloten
toen om naar standaardisering
te gaan, zodat we de winters
konden doordraaien. We kwamen
op het idee om met keukens
en kasten te beginnen. Samen
met mijn broer ging ik naar een
woningbouwbeurs in Utrecht om
keukenblokjes te verkopen.
We hadden slechts een proto-
type, maar verkochten er 120.
Toen besloten we de keukenfa-
briek echt op te starten. Uit de
namen Ten Brinke en Bussink
ontstond Bribus.”
In Doetinchem werd een timmer-
fabriek opgekocht om daar het
bestaande timmerwerk voort te
zetten. In Dinxperlo werd de keu-
kenfabriek gesitueerd. De groei
zat er meteen in. “De eerste jaren
hielp ik in de fabriek. Later ging
ik de weg op. Toen de woning-
bouw in de polders begon,
Bennie ten Brinke (71) krijgt in nieuwbouw gewoon zijn eigen kantoortje
“Iedereen kende me als
Bennie van Bribus en ik praatte
gewoon in dialect”
“ ”
53
1...,43,44,45,46,47,48,49,50,51,52 54,55,56,57,58,59,60,61,62,63,...68